Op een dag in het najaar van 2005 lag er, gelijk bij binnenkomst van de praktijk, in het gezichtsveld een memo met daarop geschreven: 'Presenz - haptonomische coaching en training '. Al maanden waren we aan het broeden op een naam voor een nieuw op te richten organisatie, waarin we ons aanbod, wat gelieerd is aan haptonomie, wilden onderbrengen. "Op een bepaald moment", zo zei Georgine Tanis, was zomaar Presenz in haar opgekomen. En hoe was het mogelijk dat wij ons meteen alledrie blijvend konden vinden in juist die naam?
Blijkbaar verwijst Presenz naar een kern, de pit van een vrucht, naar wat ontwikkeld is en wat tot ontwikkeling kan komen. Dit woord, deze combinatie van letters, is fascinerend, mede vanwege de z. Als laatste letter van het alfabet kan het immers als een uitroepteken worden gelezen, maar ook als een open eind. Het heeft in deze vorm iets weg van de stam van alle zelfstandig naamwoorden en werkwoorden, waarin presen-t & voorkomt. Deze naam omvat daarmee het vermoeden dat Presenz een essentiële bijdrage kan leveren aan ontwikkelingsprocessen van mensen en organisaties. Aanvankelijk stond Presenz kortweg voor er-zijn. Een toepasselijke naam voor een pas opgerichte organisatie, immers 'een naam doet bestaan'. Al gauw begon de zoektocht naar de betekenis en het gebruik van Presenz-achtige woorden en terminologie. Hoewel er enigszins sprake was van gericht zoeken en het bovendien toeval kon zijn, verwonderden we ons over het feit van een opmerkelijke coïncidentie. Na die bewuste dag stond er binnen een half jaar een artikel in de Volkskrant over presentiezorg gebaseerd op de theorie van de presentie, ontwikkeld door Andries Baart (2001) en werden we attent gemaakt op het boek 'Presence'van Peter Senge e.a. (2006) Beide publicaties vertonen enige verwantschap of een kleine overlap met het gedachtegoed van de haptonomie. Ook de naam van het Franse tijdschrift 'Présence Haptonomique' was opeens opvallend veelzeggend. Beschouwd vanuit de netwerkbenadering (Poorthuis, 2003) wordt zodoende een netwerk zichtbaar van alles wat betrokken is bij het woord Presenz. De kracht van het woord Presenz geeft identiteit, vertrekpunt, initiatief, inspiratie. Het brengt bewustwording van alles wat zo'n woord aantrekt en uitstraalt en biedt een enorm vermogen. Door het woord Presenz als vertrekpunt, ontstaat deelname aan een wereld die ruimer is dan de haptonomie, met nieuwe mogelijkheden om op basis van mens-zijn te ontmoeten. Een wereld om te ontdekken en onderzoeken en waaraan wij met onze haptonomische beginselen op eigen wijze kunnen bijdragen.
Allereerst een kleine taalkundige context, want natuurlijk is het woord Presenz direct te associëren met woorden uit onze moedertaal, zoals present (aanwezig zijn), presentie (tegenwoordigheid), presentje (geschenk), presentatie (voorstelling, aanbod) en is uit de taalkunde het begrip praesens (tegenwoordige tijd) bekend. Hoewel sent (van present, en dus senz van Presenz) afstamt van het latijnse esse (zijn), knipoogt senz ook naar sensus (waarnemingsvermogen, fysiek en moreel gevoel) en engelse woorden als sensitive (gevoelig), sensible (bewust van, voelbaar, ontvankelijk) en sentence (zin). Behalve het naslaan van woordenboeken als de Dikke Van Dale, lag het gezien ons aanbod een haptonomische basis heeft voor de hand om het lijvige boek van Frans Veldman Sr. 'Haptonomie - wetenschap van de affectiviteit'(1987) er, rondom dit trefwoord, weer eens op na te lezen. Veldman Sr. wijdt een heel hoofdstuk aan de mens en zijn leefwereld, waarin presentie, presentatie en representatie uitgebreid worden besproken. Verder kan zijn boek gelezen worden als een verzameling van beschrijvingen over vele aspecten en wijzen van presentie. Veldman Sr. vertaalt presentie met 'zich aanwezig stellen', presentatie met 'zich ter beschikking stellen', en representeren met 'vertegenwoordigen'. Dit laatste begrip wordt uitgebreid uitgewerkt en het verband met de andere begrippen is als volgt weergegeven: Representeren is een dynamisch gegeven: in het zich zelf presenteren & representeert de mens zich in deze aanwezigheid voortdurend in elk moment van zijn tijdruimtelijke er-zijn . In zijn verdere toelichting benadrukt Veldman Sr. dat representeren ruimte- en tijd-, maar ook plaats- en contact (!) gebonden is, waarbij de culturele achtergrond van grote invloed is op de wijze van representeren. Representeren is dus in meerdere facetten een dynamische, dat wil zeggen geen statische, of wel glijdende actualiteit. Onder andere wordt hiermee verondersteld dat contact inherent is aan er-zijn. Veldman Sr. beschrijft in zijn boek met precisie de mens en zijn leefwereld en maakt daarbij onderscheid tussen de representionele wereld (de wereld van bestaande feiten en gegevenheden) waar de mens op wordt geplaatst bij zijn geboorte, en de representerende wereld (de wereld van contacten en ontmoetingen, die appelleren aan het menselijk bestaan) waar de mens in wordt geplaatst. Voor meer diepgang ten aanzien van deze begrippen en hun onderlinge verwevenheid wordt dan ook verwezen naar het betreffende hoofdstuk en andere passages. Als ethisch grondbeginsel van de haptonomische (be)nadering van mensen en situaties introduceert Veldman Sr. het zogenaamde PTP-principe. PTP is de afkorting van presentie, transparantie en prudentie. Presentie wordt in dit kader toegelicht met: een onbevangenheid, waarin duidelijkheid, betrouwbaarheid, waarachtigheid en oprechtheid samen op gaan. Het is een hele mond vol, maar de strekking ervan kan, met deze toelichting, zeker worden geproefd. Gelijkwaardig aan presentie in deze betekenis zijn: transparantie, in de zin van helder, zonder net te doen alsof en zonder bijbedoelingen de ander ontmoeten; en prudentie, waarmee blijk wordt gegeven van respect, behoedzaamheid en zorgvuldigheid. Veldman Sr. brengt het begrip representeren in relatie met netwerken en verwoordt: Men dient het begrip (t.w. representeren) echter niet te beschouwen als een op zich staand concreet gegeven, doch het te plaatsen binnen het complexe interfererende netwerk van communicatieve interacties dat het menselijke fungerend in-de-wereld-zijn omvat en dat op zich weer verwijst naar en interfereert met andere netwerken waar het mede door wordt bepaald. Veldman Sr. geeft hiermee aan dat een netwerk van communicatieve interacties tussen mensen wordt beïnvloed door andere netwerken, waardoor de complexiteit, of wel een al dan niet schijnbare chaos, eigenlijk niet voor te stellen is. Netwerkorganiseren maakt dat daar steeds meer bewust mee kan worden omgegaan. Wanneer deze gedachte op de ontwikkeling van Presenz wordt toegepast dan is te zien dat we door het bouwen van netwerken bezig zijn verbindingen te leggen tussen een diversiteit aan werelden, bijvoorbeeld de wereld van onze praktijk, de wereld van de haptonomie, de voor ons nieuwe wereld van presentie en diverse andere werelden, die voor ieder van ons weer verschillend is. Anne-Marie Poorthuis, die zich naast de netwerkbenadering ook laat inspireren door het chaosdenken (2002) noemt als netwerkprincipes dat alles zich steeds opnieuw ordent, positioneert, verenigt en identiteit krijgt. Met Presenz als vertrekpunt ontstaat voor ons uit de chaos een nieuwe orde. Een chaos die we zelf geschapen hebben door ons een nieuwe vraag te stellen en de bestaande praktijk los te laten of uit te breiden. We ontdekken een nieuw netwerk van alles wat erbij betrokken is, een verwondering van wat zich aan mogelijkheden en aanvullingen aandient. We leren steeds meer hoe we ons daar vanuit onze haptonomische invalshoek toe kunnen verhouden en positie in kunnen kiezen. En dan blijkt het zich weer te verenigen met onze verschillende werelden, waardoor een nieuwe identiteit kan ontstaan. Tussen netwerkorganiseren en haptonomie zijn op meerdere vlakken, zowel intermenselijk als organisatorisch, zeer treffende parallellen te trekken.
In de Volkskrant van 1 april 2006 stond een artikel van ethica Annelies van Heijst, waarin zij evenals in haar boek 'Menslievende zorg' (2005) pleit voor presentiezorg. Op het kruispunt van eigen vakgebied en eigen belevingservaring als patiënte, doet zij een pleidooi voor presente en menslievende professionals in de zorg, die als personen aanwezig zijn en aanwezig blijven als het lijden niet meer weg te poetsen valt . Zij denkt dat een heel groot deel van de zorgvraag voortkomt uit een onoplosbare lijdenslast die mensen kwetsbaar maakt en isoleert, en ziet een antwoord in ik ben er, ik weet dat jij veel te lijden hebt, waarschijnlijk is daar niet veel aan te doen, maar ik laat je niet barsten . Annelies van Heijst zet de presentiebenadering van Baart in het licht van de handelingstheorie van Hannah Arendt en haar kijk op mensen als gelijke én unieke mensen en geeft in vele beargumenteerde formuleringen de compassievolle dimensie van zorg weer. Zij benadrukt dat in de zorg niet primair aan de orde is óf het, een interventie, helpt al wordt dat daarna wel degelijk belangrijk maar dat er iemand is die je helpen wilt. Hoewel de hoeveelheid zorg ofwel de beschikbare gezondheidszorg toeneemt, wat overigens volstrekt niet wil zeggen dat de bereikbaarheid voor iedereen gelijkelijk toeneemt, neemt de persoonlijke presentie af. De keerzijde van presentie is namelijk die absentie waar Annelies van Heijst in het voornoemde artikel en boek melding van maakt. Een andere reactie op het tekort aan presentie kan supersentie zijn, zoiets als over-aanwezig zijn en dus niet in contact zijn met de ander of met de omgeving. Wanneer er sprake is van een schoon en professioneel klimaat zonder vervuiling van onbewuste overdracht en tegenoverdracht geldt het spreekwoord 'Gedeelde smart is halve smart'. Delen met een ander draagt er toe bij dat de pijn, door zich er mee te verbinden, kan worden eigen gemaakt. Pijn brengt ons, evenals geluk en vreugde, immers in het hart van de existentie en is dan ook een essentie van het leven. Via Annelies van Heijst kwam de theorie van de presentie bij ons in het vizier, ontwikkeld door Andries Baart, stafmedewerker van Actioma en bijzonder hoogleraar aan de KTU te Utrecht. Met deze theorie richt Baart zich op mensen, bij wie geen zogenaamde 'verbetering' valt te verwachten, zoals de chronisch zieken, verslaafden en dementerenden; hieronder vallen dan ook de sectoren psychiatrie, verstandelijk gehandicaptenzorg, verslavingszorg, geriatrie en de palliatieve zorg. Baart zet de denk- en handelkaders van interventie- en presentiebeoefening tegenover elkaar, waarbij hij uitvoerig en gewetensvol nagaat wat de kern en de kracht is van het laatste. In een combinatie van beide soorten beoefening, waaraan ook theoriebeoefening kan worden toegevoegd, hebben zij echter ieder hun eigen betekenis en zijn alle van belang in het contact. De som van hoofd, hart en handen is hierin trouwens te herkennen. Hierop aansluitend beschouwt de haptonomie de mens ten allen tijde als één geheel, namelijk als een bezielde lichamelijkheid in relatie tot zijn wereld. Echter met betrekking tot interacties in de gezondheidszorg is dit dan ook evident. Het wil zeggen dat niet de ziekte, de kennis, de informatie of bureaucratische kaders in het midden dienen te worden geplaatst, maar de mensen zelf, als intergratie van voornoemde componenten, in de rol van hulpvrager of -verlener en dat voorwaardenscheppende (zoals ziektekostenverzekeraars) en uitvoerende (management) organisaties of delen van organisaties hiervoor ruimte moeten waarborgen. Veldman Jr. constateert in de inleiding van zijn boek 'In contact zijn authentieke haptonomie, een andere kijk op hulpverlenen' (2004) eveneens dat het gebruikelijke therapeutische contact, waarin de patiënt wordt beschouwd als ziektegeval en het zieke lichaamsonderdeel technisch bekeken en behandeld wordt, geen of nauwelijks menselijke nabijheid lees presentie kent. Verderop gaat hij dieper, en zó uit het (be)leven gegrepen, in op het karakter van echte belevingsontmoetingen begeleid door psychotactiel-bevestigend contact, wat kenmerkend is voor de authentieke haptonomie en bij uitstek een vorm van presentie is. Senge, Scharmer, Jaworski en Flowers komen dialoogsgewijs, in hun werkelijk verwonderlijke zoektocht naar het tot stand komen van fundamentele verschuivingen in mensen en organisaties, tot een beschrijving van een U-beweging als proces. Het omslagpunt van gewaarworden naar verwerkelijken, van loslaten én laten komen noemen zij presencing. Door onbevangen open te staan voor datgene wat zich ontvouwt, geven zij aan dat vanuit presencing men kan komen tot institutionaliseren en belichamen. Het is heel bijzonder hoe zij op krachtige verhalende wijze, indrukwekkende voorbeelden geven om hun theorie te staven. Overigens is het goed mogelijk dat het zich hernemen en de onvoorwaardelijke affectiviteit als aanbevolen kwaliteiten binnen de haptonomie, aspecten zijn van het begin van de U-beweging en dat het 'Still-Point', zoals door Veldman beschreven, overeenkomst vertoont met de onderkant van de U uit de U-theorie. Uit het voorgaande mag duidelijk zijn dat wij ons oriënteren vanuit een haptonomische ethiek en aansluiting zoeken bij andere geluiden en meer dan dat, zoals het onderzoek van Baart en de zoektocht van Senge e.a., die hiermee accorderen. Gaandeweg heeft presentie, en wel Presenz als onderneming, steeds meer invulling gekregen. De magische woorden van er-zijn groeiden uit tot een meer doorwrocht en creërend begrip. De betekenis en het belang van presentie in contact voor ons mens-zijn, in deze op wat dan ook jachtige tijd, is van een niet te onderschatten waarde. Momenten van verbondenheid brengen paradoxen als vreugde en pijn op meer individueel niveau, bloei en verval op meer organisatorisch niveau samen. Deze aard, soms staat van heelheid brengt mensen in hun omgeving of organisatie wederzijds tot hun recht. Met Presenz willen wij dan ook bijdragen aan het oog (leren) hebben voor presentie in de ruime zin van het woord.
Na het begrip presentie te hebben verkend en geïnspireerd door wat ook anderen met een niet-haptonomische achtergrond hierover hebben gezegd, en daarbij het één en ander in verband gebracht te hebben met het gedachtegoed van netwerkorganiseren, volgt hieronder een eigen benadering van het herkennen van presentie in organisaties of netwerken, welke overigens niet uitputtend beoogd te zijn; eigenlijk is het meer een spelen met verschijningsvormen van presentie. Enkele rechtstreekse vragen vooraf, om feeling te krijgen met presentie, zijn: Stel je wandelt door een organisatie, hoe herken je dan presentie? Wat beleef je, in welke functie of positie dan ook, tijdens een bezoek aan een organisatie of bij een kennismaking met een netwerk? Wat is je het meeste bijgebleven van een vergadering of overleg? Hoe werd en hoe voelde jij je aangesproken? Grote lijnen in een schets van menselijke presentie in organisaties en netwerken kunnen zijn: sfeer en onderlinge omgang, werkhouding en werkzaamheden, intermezzo's, interne ontwikkelingen en contact met de buitenwereld. Sfeer en onderlinge omgang: Presentie brengt ten opzichte van de op hol geslagen maatschappij een opvallende sfeer van openheid, welke getypeerd wordt door een bepaalde actieve (!) rust, wat ervaren kan worden als een schoon klimaat, waardoor men ziet en wordt gezien, er een gevoel van eigenwaarde en van toegevoegde waarde van de ander is, van inleving of meebeleven zónder in te boeten op wat van de één en wat van de ander is. De aanwezigheid van presentie een leuk kwadraat! valt ook af te lezen aan het personeelsbeleid en verloop, waarin onder andere arbeidssatisfactie en aanbod van loopbaan- en terugkommogelijkheden een plaats hebben; en aan de aard van samenwerkingsovereenkomsten of afspraken, waardoor steeds weer aanspraak kan worden gemaakt op een in beginsel vrijwillige wederkerigheid. Werkhouding en werkzaamheden: Ieder draagt in zijn bezigheid het besef mee van een groter geheel zowel met betrekking tot de organisatie als met betrekking tot de samenleving. Er is dan ook een innerlijke motivatie ten aanzien van doen-wat-moet-gedaan, als eigen schakel in het proces of de organisatie. Dit staat haaks op doen-wat-moet-omdat-een-ander-het-zegt. Het verhoogt het gevoel dat men als persoon op elkaar kan rekenen. Ook voedt het de basishouding van er dienen te zijn, dat men het zelfs niet kan maken er als persoon niet te zijn, of met andere woorden er met je hoofd niet bij te zijn.Wanneer dit moeilijk is, gaat het erom omstandigheden te creëren, dat het toch mogelijk is. Dit komt tot uiting in een echt verantwoordelijkheidsgevoel en correspondeert met betrouwbaarheid. Intermezzo's: Pauzes, bezinning en feesten, maar ook visitaties en tijdelijke detachering, zijn vormen van intermezzo's, die in relatie staan en dus niet los dienen te staan van het werk of het verwerkelijken. Overleggen en vergaderen kunnen ook in het teken staan van een intermezzo, maar dit is niet altijd het geval of wordt vaak niet als zodanig ervaren. Doelstellingen, samenwerking en besluitvorming staan meestal te veel voorop. Wanneer verwachtingen niet alleen gerelateerd worden aan doelstellingen of eigen beelden, maar juist aan de ander, wint een overleg of vergadering aan bezinnend karakter en komt dit het werk ten goede. Het is aan te bevelen om als organisatie mogelijkheden te bieden voor individuele en gezamenlijke intermezzo's. Interne ontwikkelingen: Ontwikkelen staat of valt met het geven en krijgen van respons. Aandacht en oog hebben voor, het zien van elkaar, zijn onmisbare voorwaarden, maar is niet voldoende om te komen tot ontwikkelen en uitbloeien. Presentie nodigt uit tot iets nieuws, tot ontdekkingen en soms ook tot ontboezemingen. Deze omslagpunten, zo treffend uitgedrukt in de U-beweging, dienen opgemerkt te worden en eigenlijk altijd een vervolg te hebben. Zowel managers als mensen op de werkvloer hebben hier ieder binnen hun eigen werkzaamheden een taak in. Contact met de buitenwereld: Onder andere receptionisten zijn de aangewezen personen, die letterlijk zicht hebben op wie in- en uitloopt en weten wat diens contact is met de organisatie. Maar wie bewaart het overzicht van wat wordt meegegeven aan indrukken van de organisatie en ontmoetingen? Het is een kunst om als organisatie bij wijze van spreken vandaag contact te hebben met gisteren en morgen, en deze interne ontwikkeling af te stemmen op externe ontwikkelingen. Men zou het de motiliteit van een organisatie kunnen noemen. Dat is de richting in de beweging of zoals Senge zegt 'zien wat zich ontvouwt' of zoals Poorthuis zegt 'zich ordent vanuit de kern'. Deze motiliteit is gerelateerd aan bewegingen in de samenleving. Het betekent dat men nooit streeft naar een status quo, dus ook niet met betrekking tot alle eisen die van buitenaf worden gesteld aan de organisatie.
Presentie blijkt als kracht voor de natuurlijke wijze van netwerkorganiseren cruciaal. Wanneer zij ontbreekt stagneren zowel persoonlijke als organisatorische ontwikkelingen. Presentie verschijnt in het steeds weer opnieuw verenigen en het krijgen van identiteit en is het hart van verbondenheid, ook die van wording en zijn.
Praktijk Bewegingstherapie Hilversum: Michiel Reinders, Georgine Tanis, Annette Beeftink: www.praktijkbewegingstherapie.nl
Presenz - haptonomische coaching en training: Annette Beeftink, Georgine Tanis en Michiel Reinders: www.presenz.nl
Netwerkimpuls
Baart A: Een theorie van de presentie: LEMMA BV, Den Haag, 3e druk, 2006: ISBN 90-5931-321-6
Gerritse TACM: Over kleine dingen: Elsevier Gezondheidszorg, Maarssen, 2e druk, 2002: ISBN 90-353354-0-6
Heijst A van: De zorg voegt leed toe: de Volkskrant: 1 april 2006
Heijst A van: Menslievende zorg een ethische kijk op professionaliteit: Klement, Kampen, 1e druk, 2005: ISBN 90-77070-39-7
Poorthuis en Hoogerwerf (2002): Meebewegen met de veranderende wereld in: Inleiding in chaosdenken, Eijnatten, Poorthuis en Peters: Koninklijke Van Gorcum BV, Assen, 1e druk, 2002: ISBN 90-232-3859-1
Poorthuis e.a. (2004), De aandacht voor het netwerk: Uitgeverij De Arend, Kortenhoef
Senge P, Scharmer CO, Jaworski J, Flowers BS: Presence Een ontdekkingsreis naar diepgaande verandering in mensen en organisaties: Sdu Uitgevers bv, Den Haag, 1e druk, 2006: ISBN 90-5261-526-8
Veldman F (Sr.): Haptonomie wetenschap der affectiviteit: Uitgeverij erven J. Bijleveld, Utrecht, 1987: ISBN 90-6131-976-2
Veldman F (Sr.): Thymesthesie, zelfbewustzijn en het Zelf-zijn (1): Haptonomisch contact, nr. 3,16e jaargang, september 2005
Veldman F (Sr.): Thymesthesie, zelfbewustzijn en het Zelf-zijn (2): Haptonomisch contact nr. 4,16e jaargang, december 2005
Veldman F (Sr.): Le Still-Point haptonomique: Présence Haptonomique, nº 4, pag. 73-77, Avril 1997
Veldman FR(Jr.): In contact zijn authentieke haptonomie, een andere kijk op hulpverlenen: Koninklijke van Gorcum, Assen, 1e druk, 2004: ISBN 90-232-39989